HR 5 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2922
1. Voldoende feitelijke tll. 2. Strafmotivering en aantekening mondeling vonnis. Ad 1. Het oordeel dat de bewoordingen ‘zich heeft opgehouden’ in art. 2.3, 2e lid, APV Amsterdam voldoende feitelijke betekenis hebben en dat de tll. wat betreft de opgave van het feit voldoet aan de eisen van art. 261.1 Sv, is onjuist, noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat ‘zich ophouden’ i.c. kennelijk is gebezigd in de met het spraakgebruik overeenstemmende betekenis van ‘vertoeven’ of ‘verblijven’. Ad 2. De HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN BA0422 t.a.v. de wijze waarop een mondeling arrest dient te worden aangetekend in het p.v. t.t.z. Met de verwijzing naar ‘al het vorenstaande’ heeft het Hof kennelijk zowel gedoeld op het bewezenverklaarde feit, de ernst ervan en de omstandigheden waaronder dit feit is begaan als op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze t.t.z. naar voren zijn gekomen. Die persoonlijke omstandigheden vormen kennelijk meer i.h.b redenen die de oplegging van een werkstraf en een voorwaardelijke vrijheidsstraf, i.p.v. een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zoals gevorderd door de AG het Hof, hebben bepaald. Aldus bezien is de strafoplegging toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl