HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8980

Retentierecht klager. In de overwegingen van de Rb ligt besloten dat zij ervan is uitgegaan dat klager de bromfiets te goeder trouw heeft verkregen. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat art. 3:120 3e lid BW de bezitter te goeder trouw het recht geeft de afgifte van een goed op te schorten totdat de rechthebbende hem de t.b.v. het goed gemaakte kosten heeft vergoed, welk retentierecht niet tenietgaat in geval door een strafrechtelijk beslag (vgl. HR DD 96.328), is het oordeel van de Rb dat het namens klager aangevoerde niet in de weg staat aan de teruggave van de bromfiets aan de bestolen eigenaar, niet begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen