HR 19 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB6217

1. Art. 359.2 Sv. 2. Onttrekking aan het verkeer. Ad 1. OM in cassatie i.v.m. art. 359.2 Sv en voorbedachte raad, verdachte in cassatie i.v.m. art. 359.2 Sv en betrouwbaarheid getuige. OM-cassatie: HR herhaalt m.b.t. voorbedachte raad HR LJN AE1743 en m.b.t. art. 359.2 Sv LJN AV8527 en LJN AU9130. Het Hof heeft het standpunt van de AG bij het Hof niet aanvaard. Gelet op de vrije selectie en waardering van het bewijsmateriaal door de rechter en in aanmerking genomen hetgeen door de AG naar voren is gebracht was het Hof, ook in het licht van art. 359.2 Sv, in dit geval niet gehouden dat oordeel nader te motiveren. Cassatiemiddel verdachte: hetgeen door de rm ttz. is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden opgevat dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebracht. Daarbij wordt i.h.b. in aanmerking genomen dat door de verdediging is aangevoerd dat zijn verklaringen zich niet laten rijmen met de resultaten van het technisch onderzoek m.b.t. de plaats en de hoogte van de kogelinslag. Het Hof heeft de verklaring van de getuige voor het bewijs gebezigd, maar heeft niet i.h.b. de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim leidt ingevolge art. 359.8 Sv tot nietigheid. Ad 2. Het hof heeft de onttrekking aan het verkeer bevolen van een inbeslaggenomen schouderholster. Deze motivering is kennelijk gebaseerd op art. 36c Sr, maar noch uit het arrest, noch uit de pv’s ttz. kan worden afgeleid dat bij het onderzoek ttz. is gebleken dat, zoals het Hof heeft overwogen, feit 1 m.b.v. de schouderholster is begaan. Evenmin blijkt van een ander verband a.b.i. art. 36c Sr tussen schouderholster en feit 1. De oplegging van de maatregel is niet naar de eisen der wet met redenen omkleed, vgl. HR LJN AC6437.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen