HR 15 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA7888
1. Verzoek reconstructie. 2. Inrijden op agent. Ad 1. Maatstaf bij de beoordeling van een verzoek om een reconstructie te houden is of de rechter de noodzaak van het verzochte is gebleken. In aanmerking genomen dat het Hof de tot het bewijs gebezigde verklaring van verdachte kennelijk aldus heeft begrepen dat hij met zodanige snelheid reed dat hij de politieagent omver had gereden indien hij niet was uitgeweken, geeft de afwijzing van het verzoek om een reconstructie te houden teneinde vast te stellen welke snelheid de auto van verdachte kon hebben, niet blijk van miskenning van de i.c. aan te leggen maatstaf, terwijl die veronderstelling evenmin onbegrijpelijk is. Ad 2. Tegen de achtergrond van ’s Hofs vaststellingen is zijn oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de politieagent zwaar lichamelijk letsel zou bekomen, onjuist noch onbegrijpelijk, ook niet in het licht van de verklaring van verdachte dat hij naar links is uitgeweken omdat hij hem niet wilde raken, aangezien die uitwijken eerst geschiedde toen hij vlak vóór de politieagent was.
De uitspraak op rechtspraak.nl