HR 4 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7088
Appelschriftuur ex art 410 Sv. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat ingevolge art. 410 Sv een appelschriftuur de grieven tegen het vonnis in 1e aanleg dient te bevatten. Nadere materiële eisen waaraan die schriftuur dient te voldoen, worden in die bepaling niet gesteld. In een geval waarin in het desbetreffende geschrift niet met zoveel woorden grieven zijn geformuleerd, maar wel een opgave van een of meer getuigen of deskundigen wordt gedaan, zal de rechter o.g.v. die opgave mogen aannemen dat is voldaan aan het voor de appelschriftuur geldende vereiste dat het de grieven tegen het vonnis bevat (HR LJN AZ1702). Het Hof heeft geoordeeld dat de appelschriftuur zo summier en in dermate algemene bewoordingen is gesteld dat de appelschriftuur redelijkerwijs niet kan worden aangemerkt als een schriftuur i.d.z.v. art 410 Sv. Dit oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof had t.a.v. het verzoek van de raadsman de in art. 288.1.c. Sv voorziene maatstaf dienen te hanteren. Door het noodzaakcriterium te hanteren heeft het Hof de verkeerde maatstaf aangelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl