HR 25 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7257
1. Kennelijke misslag in de bewezenverklaring. 2. Aftrek voorarrest. 3. Vordering benadeelde partij. Ad 1. De gebezigde bewijsmiddelen houden niets in waaruit kan worden afgeleid dat verdachte met zijn tong is binnengedrongen in de vagina van het slachtoffer. De HR neemt echter aan dat de desbetreffende onderdelen van de tll. a.g.v een kennelijke misslag in de bewezenverklaring zijn opgenomen. De HR leest de bewezenverklaring met herstel van deze misslag. Aangezien in die lezing de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, behoeft ’s Hofs kennelijke vergissing niet tot cassatie te leiden. Ad 2. Ingevolge art. 27.1 Sr dient de rechter bij het opleggen van een tijdelijke gevangenisstraf te bevelen dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht. Het Hof heeft evenwel nagelaten art. 27.1 Sr in acht te nemen, voor zover het deze inverzekeringstelling betreft. Ad 3. In ’s Hofs overwegingen ligt als het oordeel van het Hof besloten dat de benadeelde partij tot een bedrag van EUR 259,09 materiële schade en tot een bedrag van EUR 5.000,- immateriële schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat zich bij de stukken van het geding een schaderapport van Slachtofferhulp Nederland bevindt, waarin het door de benadeelde partij gevorderde schadebedrag gespecificeerd en met bescheiden gestaafd wordt gemotiveerd, en dat namens verdachte enkel is aangevoerd dat er geen direct oorzakelijk verband is tussen de klachten van de benadeelde partij en de feiten. Hetgeen namens verdachte tegen de vordering is aangevoerd, noopte het Hof niet tot een nadere motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl