HR 3 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5624
1. Art. 359.2 Sv. 2. Vergoeding immateriële schade. Ad 1. Aangezien hetgeen namens verdachte ttz is aangevoerd een standpunt bevat dat naar inhoud en strekking overeenkomt met hetgeen de deskundige X naar voren heeft gebracht en het Hof ook bezien in het licht van het verhandelde ttz, inzicht heeft gegeven in de gronden waarom het de door die deskundige getrokken conclusies niet heeft gevolgd, heeft het Hof zonder miskenning van het voorschrift van art. 359.2 Sv voldoende duidelijk tot uitdrukking gebracht waarom het is afgeweken van het standpunt van verdachte. Ad 2. Voor vergoeding van immateriële schade als hier gevorderd is gelet op HR LJN AD5356 vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. In zijn overwegingen heeft het Hof onvoldoende blijk gegeven te hebben onderzocht of i.c. aan dat vereiste is voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl