HR 28 augustus 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5618
De Kinderrechter heeft in zijn vonnis volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen a.b.i. de 2e volzin van art. 359.3 Sv. Aangezien bij de behandeling van de zaak in hoger beroep door verdachte is opgegeven dat zij door de Kinderrechter ten onrechte is veroordeeld en door haar raadsman vrijspraak is bepleit, had het Hof het vonnis van de Kinderrechter – aangenomen dat dit zich leende voor bevestiging – niet mogen bevestigen dan onder de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, te weten de weergave van de inhoud van bewijsmiddelen a.b.i. de 1e volzin van art. 359.3 Sv.
De uitspraak op rechtspraak.nl