HR 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1760

1. Aanvang redelijke termijn. 2. Medeplegen voorhanden hebben van vuurwapen. Ad 1. HR herhaalt de regels uit HR LJN AA7309. Het oordeel van het hof dat de datum van de inverzekeringstelling niet als aanvang van de redelijke termijn moet worden aangemerkt geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. HR geeft om doelmatigheidsredenen zelf de strafkorting. Ad 2. Gelet op de bewezenverklaring van feit 1, 2 en 3) in samenhang met de bewijsmiddelen heeft het hof bij het onder 3 bewezenverklaarde feit kennelijk het oog gehad op het vuurwapen waarmee is geschoten. Nu het medeplegen van de doodslag (feit 1) en de poging tot doodslag (feit 2) uit de bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid, brengt dat onder de omstandigheden als in de bewijsmiddelen vervat mee dat uit die bewijsmiddelen tevens kan worden afgeleid dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander een vuurwapen voorhanden heeft gehad. Daaraan kan niet afdoen dat het hof in het midden heeft gelaten wie de schoten heeft gelost. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen