HR 22 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0862

“Feitelijkheid” in art. 246 Sr. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat het slachtoffer a.g.v. “het onverhoeds binnenlopen van de woning van het slachtoffer” en “het doorgaan met de ontuchtige handelingen ondanks dat het slachtoffer (meermalen) zei dat hij daarmee niet moest doorgaan” geen weerstand kon bieden aan verdachte en aldus werd gedwongen tot het dulden van diens ontuchtige handelingen. Mede gelet op de omstandigheid dat verdachte t.t.v. het feit 27 jaar oud was en het slachtoffer 77 jaar en op de overige inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, getuigt dat oordeel niet van een onjuiste uitleg van de term “feitelijkheid” a.b.i. art. 246 Sr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen