HR 24 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5699

1. Wijziging tenlastelegging, hetzelfde feit ex art. 68 Sr. 2. Het woord “opzettelijk” in de tenlastelegging mbt economische delicten. Ad 1. ‘s Hofs oordeel dat de toegelaten wijziging niet tot gevolg heeft dat de onderhavige tll niet langer hetzelfde feit ex art. 68 Sr inhoudt, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Onjuist is de opvatting dat art. 313 Sv zich ertegen verzet dat een tll die op een (inmiddels verjaarde) overtreding is toegesneden, – binnen de grenzen van art. 68 Sr – wordt gewijzigd in een tll t.z.v. een (nog niet verjaard) misdrijf. De HR wijst op art. 284.2 Sv waarin art. 313 Sv van toepassing wordt verklaard ingeval het OM van oordeel is dat de tll behoort te worden gewijzigd, zelfs indien het tot dat oordeel is gekomen n.a.v. een verweer a.b.i. art. 283.1 Sv strekkende tot bijv. de niet-ontvankelijkverklaring van het OM, of n.a.v. het in art. 283.6 Sv voorgeschreven horen door de rechter alvorens hij ambtshalve de niet-ontvankelijkheid van het OM uitspreekt, waarbij de wet geen onderscheid maakt naar de gronden waarop die niet-ontvankelijkheid steunt. Het hof heeft terecht de gevorderde wijziging tll toegelaten. Ad 2. De HR merkt nog op dat het hof de oorspronkelijke tll aldus heeft uitgelegd dat daarin, in elk geval mede, wordt gedoeld op de bij art. 46a.1 (oud) Wte 1995 i.v.m. met art. 1.1.2° en art. 2.1 WED - als misdrijf strafbaar gestelde - opzettelijk begane gedragingen. Nu in de oorspronkelijke tll het woord “opzettelijk” of een soortgelijke term niet voorkomt, kan zij evenwel, gelet op genoemde bepalingen, slechts in die zin worden verstaan dat daarin uitsluitend als overtreding strafbaar gestelde gedragingen zijn ten laste gelegd (HR NJ 1990, 420).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen