HR 23 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3880
Art. 184 Sr en verdachte die niet voldoet aan vordering politie tot openen deur bedrijfspand, waar faillissmentscurator in wil. Bewezenverklaard is dat verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan deze vordering, welke vordering “krachtens art. 2 Politiewet 1993 en/of krachtens de art. 340-349 Sr is gedaan door de politieambtenaar, die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten”. HR zet bevoegheden curator en politie die deze bijstaat uiteen en geeft aan wanneer sprake zou kunnen zijn van strafbaar handelen van verdachte ex art. 184.1 of 180 Sr. HR oordeelt dat aan art. 340-349 Sr geen bevoegdheid kan worden ontleend te vorderen dat deur pand wordt geopend. Bevoegdheid tot betreden pand ter aanhouding van verdachte van overtreding art. 340-349 Sr, vindt grondslag in art. 55 Sv. Art. 55 Sv houdt niet een rechtsplicht in tot verlenen medewerking aan betreden van plaats, doch verplicht dit betreden te dulden. Niet voldoen aan – de i.h.k.v. een behoorlijke uitoefening van de bevoegdheid ex art. 55 Sv mogelijke – vordering tot zodanige medewerking, kan niet opleveren het bij de eerste zinsnede van art. 184.1 Sr voorziene strafbare feit. Er is dan geen sprake van een wettelijk voorschrift waarop de vordering berust. Bij gebreke van enig voorschrift op grond waarvan verdachte i.c. verplicht was zijn medewerking aan het openen van de deur te verlenen, kan het niet voldoen aan die vordering niet het bewezenverklaarde strafbare feit opleveren. HR spreekt om doelmatigheidsredenen vrij.
De uitspraak op rechtspraak.nl