HR 6 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2129

Verlof ex art. 552p Sv en verzuim te beslissen op getuigenverzoek. Het (aanvullend) pv van het onderzoek in raadkamer noch de bestreden beschikking houdt een beslissing in op het verzoek tot het horen van de verbalisant X “omtrent de criteria die deze heeft gehanteerd bij zijn toetsing van de inbeslaggenomen stukken”. Geen van de op de raadkamerprocedure toepasselijke art. 21 t/m 25 Sv stelt nietigheid op het verzuim om te beslissen op een getuigenverzoek. Het verzuim is ook niet begaan onder omstandigheden dat het geacht moet worden zodanig met een goede procesorde in strijd te zijn dat het de nietigheid van het onderzoek door de rb in raadkamer tengevolge zou moeten hebben. Daarbij heeft de HR in aanmerking genomen dat (a) aan het verzoek slechts ten grondslag is gelegd dat de verdediging “betwijfelt” of de door genoemde X inbeslaggenomen en niet-teruggegeven stukken betrekking hebben op het rechtshulpverzoek, (b) de OvJ heeft medegedeeld dat X in een ambtsedig pv heeft gerelateerd dat bedoelde inbeslaggenomen stukken betrekking hebben op het rechtshulpverzoek, (c) de rb in de bestreden beschikking heeft vastgesteld “dat, blijkens de brief van de RC van 21-9-05, op verzoek van de RC door de FIOD/ECD op 16-9-05 een controle van het materiaal heeft plaatsgevonden, waarna de stukken die niet van belang waren voor het onderzoek zijn teruggegeven” en (d) gezien de aard van de onderhavige procedure.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen