HR 30 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2104

OM-cassatie tegen vrijspraak van verdachte die over dranghekken ambassade VS klom en op grond ging liggen. Verstoring openbare orde a.b.i. art. 76 APV Den Haag. Dit art. heeft, gelet op de titel waarin het is geplaatst, het oog op verstoring van de openbare orde, hetgeen in de tekst daarvan tot uitdrukking is gebracht met “op of aan de openbare weg of in een voor een publiek toegankelijk gebouw”. Nu het begrip “verstoring van de (openbare) orde” in dat art. niet nader is omlijnd, moet de vraag of daarvan sprake is, worden beantwoord aan de hand van het normale spraakgebruik, met inachtneming van de specifieke omstandigheden van het geval. Wil van een dergelijke verstoring kunnen worden gesproken, dan zal het moeten gaan om een verstoring - van enige betekenis - van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte. Indien het hof heeft geoordeeld dat voor verstoring van de (openbare) orde a.b.i art. 76 APV Den Haag nodig is dat wanordelijkheden onder het publiek zijn teweeggebracht, dan heeft het aan die term een te beperkte uitleg gegeven. Indien het niet is voorbijgegaan aan de betekenis van die term, dan is zijn oordeel zonder nadere motivering niet begrijpelijk nu van algemene bekendheid is dat de stage-dranghekken dienen ter wering van het publiek van het weggedeelte waarop verdachte zich heeft begeven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen