HR 16 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6032

Procesrecht. Geschil tussen de wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige schuldeiser en een schuldenaar over de ontvankelijkheid van de uit hoofde van de overeenkomst van geldlening ingestelde rechtsvordering, procesbevoegdheid van een wettelijk vertegenwoordiger die eerst in appel de wettelijk vereiste machtiging van de kantonrechter verkrijgt (art. 1:253k en 1:349 BW); werking van machtiging ook voor eerste aanleg na niet-ontvankelijkverklaring in die instantie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen