Hof Leeuwarden 17 november 2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AR6440

Een ontbrekende machtiging kan in dezelfde instantie, zolang de rechter nog geen uitspraak heeft gedaan, alsnog worden overgelegd, ook als die dateert van na het instellen van de vordering (HR 7 september 1984, NJ 1985,32). Uit HR 20 november 1987, NJ 1988, 279 volgt dat een ontbrekende machtiging, aan het ontbreken waarvan in eerste aanleg ten onrechte geen gevolg is verbonden, ook in hoger beroep voor het eerst, posterieur, in het geding kan worden gebracht, waarvan de werking zich alsdan ook over de eerste aanleg uitstrekt. Indien de rechter op terechte gronden aan het ontbreken van de machtiging consequenties heeft verbonden, ligt dit naar 's hofs oordeel niet anders (vgl. ook Hof den Bosch 9 oktober 1985, NJ 1987/878). Wel dienen in dat geval de kosten van de eerste aanleg voor rekening van de nalatige ouder/voogd te komen (zie HR 12 december 1975, NJ 1976, 569).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen