HR 28 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4191

1. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht ex 285 Sr niet van dien aard dat redelijke vrees voor leven kon ontstaan: doelmatigheidsvrijspraak door HR. 2. Verzuim toepassing art. 27.1 Sr door HR hersteld. Ad 1. Uit de gebezigde bewijsmiddelen is niet af te leiden dat m.b.t. tot X de bedreiging (“fuck you, ik gooi een handgranaat”) in de gegeven omstandigheden - verdachte was, na te zijn onderworpen aan een insluitingsfouillering, ingesloten in de observatiecel van het politiebureau - van dien aard was dat bij deze de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. De bewezenverklaring is in zoverre ontoereikend gemotiveerd. De HR spreekt om doelmatigheidsredenen verdachte t.z.v. de tenlastegelegde bedreiging van X vrij. Daardoor wordt de aard en ernst van hetgeen in de bestreden uitspraak ten laste van verdachte is bewezenverklaard niet aangetast, zodat vernietiging t.z.v. de strafoplegging achterwege kan blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen