HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4007
De Ontvanger/Belastingdienst als benadeelde partij. O.g.v. art. 51a.1 Sv kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich t.z.v. zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. De stelling dat alleen ‘een burger’ het recht heeft zich als benadeelde partij in een strafproces te voegen, vindt geen steun in het recht. De Ontvanger beschikt ter uitoefening van zijn taak niet alleen over de bijzondere aan de Invorderingswet ontleende bevoegdheden. Hij kan ook gebruik maken van de wettelijke bevoegdheden die een schuldeiser aan het burgerlijk recht kan ontlenen, waaronder maatregelen om op te komen tegen verkorting van zijn verhaalsrecht. Dit zgn. ‘open systeem’ brengt o.m. mee dat de Ontvanger t.z.v. een vordering die niet strekt tot invordering van belastingschulden, maar tot vergoeding van schade die de Ontvanger heeft geleden doordat de (volledige) invordering a.g.v. onrechtmatig handelen van de belastingplichtige niet meer mogelijk is, zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces waarin de belastingplichtige wegens dit handelen terechtstaat. ’s Hofs oordeel dat de Ontvanger ontvankelijk is in zijn vordering, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.
De uitspraak op rechtspraak.nl