HR 14 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9127

Schatting omvang voordeel. Bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient, mede gelet op het reparotoire karakter van de maatregel ex art. 36e Sr, uitgegaan te worden van het voordeel dat betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald (HR NJ 1998, 242 en HR NJ 2005, 133). ‘s Hofs oordeel dat de door betrokkene gestelde gang van zaken na het bewezenverklaarde feit (dat een groot deel van de buit, nadat de verkoop daarvan in Italië niet was gelukt, is weggegooid en het restant € 2000,- heeft opgebracht) niet eraan kan afdoen dat betrokkene toentertijd d.m.v. dit feit daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen van een omvang als door het hof berekend, is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het hof heeft vastgesteld dat de inkoopwaarde € 151.503,11 bedroeg en dat het hof wat betreft de waarde in het “helingscircuit” is uitgegaan van 20% van dat bedrag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen