HR 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7080
1. Belaging. 2. Gevaar ex art. 37.1 Sr. 3. Schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr niet bij ovar. Ad 1a. De opvatting is onjuist dat om te kunnen kwalificeren als het misdrijf van art. 285b Sr in de bewezenverklaring dient te worden gespecificeerd op welk dulden het oogmerk van de dader is gericht (HR NJ 2004, 625). Ad 1b. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte, nadat het slachtoffer X hem te verstaan had gegeven geen contact met hem te willen, de bewezenverklaarde handelingen heeft verricht (het observeren van (de woning van) X; het op straat aanspreken van X; het sturen van brieven naar X; het ongevraagd (doen) afleveren van voorwerpen bij X; het bellen van X; het zich ophouden in de buurt van X). Daaruit kan worden afgeleid dat verdachte X geen keuze heeft gelaten in het al dan niet aanvaarden van contact met verdachte en deze daarmee feitelijk heeft gedwongen te dulden dat verdachte o.m. stelselmatig contact met haar zocht en aldus inbreuk werd gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Ad 2. Met de termen “gevaarlijk voor zichzelf, voor anderen, of voor de algemene veilgiheid van personen of goederen” in art. 37.1 Sr is beoogd aan te sluiten bij de terminologie in de Wet BOPZ. Voor zover middel klaagt dat voor toepassing van art. 37 Sr sprake moet zijn van een direct fysiek gevaar voor zichzelf, voor anderen of voor de algemene veiligheid van personen of goederen, geeft het blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De oplegging van de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis is genoegzaam gemotiveerd, in aanmerking genomen dat onder gevaar mede dient te worden verstaan het gevaar voor de psychische gezondheid van een ander en dat het hof heeft vastgesteld dat verdachte stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van X en gezien de rapporten van de psychiater en psycholoog, waarvan het hof de conclusie heeft overgenomen. Ad 3. Bij ontslag van alle rechtsvervolging kan geen schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr worden opgelegd (HR LJN AO3233).
De uitspraak op rechtspraak.nl