HR 24 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4666

OM-cassatie. Verschoningsrecht advocaat. Feiten: Klager is de raadsman van een minderjarige, verstandelijk gehandicapte jongen, verdacht van het jegens een zesjarig meisje gepleegde misdrijf van art. 246 dan wel art. 247 Sr. Op kantoor van klager heeft de RC, zonder toestemming van klager, een "dagboek" in beslag genomen dat toebehoort aan de moeder van verdachte. Klager heeft tegen deze inbeslagneming een klaagschrift ingediend en zich beroepen op schending van zijn verschoningsrecht. Het oordeel van de Rb dat i.c. ook de informatie die de moeder van de minderjarige, verstandelijk gehandicapte verdachte heeft verstrekt aan klager, heeft te gelden als wetenschap die aan klager in het kader van zijn beroepsuitoefening is toevertrouwd, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De stelling dat "onder het verschoningsrecht uitsluitend brieven en andere geschriften vallen die aan of door de geheimhouder als zodanig zijn geschreven", vindt - gelet ook op de strekking van art. 98 jo. art. 218 Sv - in haar algemeenheid geen steun in het recht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen