HR 11 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3654
Andere strafbare feiten ex art. 36e.3 Sr. Uit art. 36e Sr jo. art. 511.1 Sv volgt dat een ontnemingsvordering n.a.v. een veroordeling a.b.i. art. 36e.1 en 3 moet worden ingesteld binnen twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg. Daarmee is niet verenigbaar dat in een geval als het onderhavige, waarin na een eerdere veroordeling een ontnemingsvordering t.z.v. de feiten waarop die veroordeling betrekking had, binnen genoemde termijn is uitgebleven, die feiten alsnog n.a.v. een latere veroordeling als “andere strafbare feiten” ex art. 36e.3 Sr tot voorwerp van ontneming kunnen worden gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl