HR 31 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3561
Ontvankelijkheid cassatieberoep. 1. Met de bewoordingen van art. 427 Sv en art. 432 Sv is niet verenigbaar dat een vóór de einduitspraak ingesteld cassatieberoep ontvankelijk zou zijn (HR LJN AB3239). Voorzover namens verdachte vóór de einduitspraak cassatieberoep is ingesteld, kan hij in dat beroep dus niet worden ontvangen. 2. Het in de na de einduitspraak door een griffiemedewerker opgemaakte akte genoemde cassatieberoep is niet ingesteld op de wijze ex art. 450.1.b Sv omdat die akte niet is opgemaakt n.a.v. een alsnog ingekomen bijzondere schriftelijke volmacht van verdachte doch “vanwege administratieve verwerkingsproblemen”. Verdachte kan niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl