HR 24 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2897

Een verklaring van de verdachte die naar het oordeel van de rechter kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen kan bij de bewijsvoering worden gebruikt. Zodanig oordeel zal dan wel zijn grondslag moeten vinden in andere bewijsmiddelen dan de verklaring(en) van de verdachte (HR NJ 2002, 567). Tot bedoelde andere bewijsmiddelen kunnen niet, zoals het hof i.c. heeft gedaan, worden gerekend bewijsmiddelen, inhoudende verklaringen van personen omtrent hetgeen de verdachte aan hen heeft medegedeeld. Verder is het oordeel van het hof i.c. niet zonder meer begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl