HR 24 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9296
De rb heeft geoordeeld dat het strafvorderlijk belang bij voortduring van het beslag zwaarder dient te wegen dan het door klaagster gestelde belang bij teruggave. In het verband van die afweging heeft de rb tot uitdrukking gebracht dat aan de aangevoerde bezwaren tegen voortduring van het beslag ook op andere wijze dan door teruggave van de (originele) boekhouding kan worden tegemoetgekomen. Die oordelen zijn niet onbegrijpelijk, nu het door klaagster aangevoerde standpunt van de fiscus (die de originele stukken zou willen inzien) niet nader is gestaafd en in aanmerking genomen dat de klaagster – zijnde tevens verdachte – ex art. 30.1 Sv bevoegd is de inbeslaggenomen bescheiden in te zien en dat zij daarvan (nadere) afschriften kan verkrijgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl