HR 22 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2548
Het hof heeft bij tussenbeslissing geoordeeld dat de redelijke termijn is overschreden en dat zulks dient te leiden tot strafvermindering. In de eindbeslissing is wel het op de latere terechtzitting gevoerde tot niet-ontvankelijkheid strekkende verweer verworpen, maar het arrest houdt omtrent voorbedoelde strafvermindering niets in, zodat het, wat betreft de strafoplegging niet in stand kan blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl