HR 15 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6569
1. Uitleg tenlastelegging waarin na "opzettelijk" niet het woord "mishandelend" is opgenomen. 2. Voorwaardelijk opzet op toebrengen letsel en/of pijn door afsteken in tram van nitraatrotje behoeft nadere motivering in licht van mislukte pogingen van verdachte dit rotje naar buiten te gooien/schoppen. Ad 1. Kennelijk heeft het hof de tenlastelegging in die zin verstaan dat verdachte opzettelijk mishandelend vuurwerk heeft afgestoken in de nabijheid van een persoon. Die uitleg, waarvan in feitelijke aanleg ook de verdediging is uitgegaan en waarover in cassatie niet wordt geklaagd, is mede gelet op de in de dagvaarding vermelde wettelijk voorschriften waarbij het feit strafbaar is gesteld, niet onverenigbaar met haar bewoordingen. Ad 2. De bewijsmiddelen houden in dat verdachte, kennelijk om het gevaar voor ontploffing in de tram te vermijden, het brandende nitraatrotje naar buiten heeft trachten te gooien door de geopende deuren van de achteruitgang van de tram en dat hij, toen dat niet lukte omdat het rotje afstuitte op de rug of schouder van een persoon, die zich op de laatste trede bevond en de uitgang daardoor deels blokkeerde, alsnog tevergeefs heeft geprobeerd het brandende rotje naar buiten te schoppen. Deze gedragingen, die veeleer erop wijzen dat in de voorstelling en naar de verwachting van verdachte het aansteken van het rotje in het gangpad van de tram in de nabijheid van de geopende deuren niet tot een ontploffing in de tram zou leiden, zijn niet zodanig dat, anders dan het hof kennelijk heeft geoordeeld, reeds uit hun aard kan worden afgeleid dat verdachte - in plaats van erop te rekenen dat het naar buiten gooien van het brandende rotje zou slagen - welbewust de kans op de koop toe heeft genomen dat het afsteken van het rotje letsel en/of pijn voor personen in de tram zou veroorzaken.
De uitspraak op rechtspraak.nl