HR 7 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3725
Opzettelijk handelen i.s.m. een ex art. 28.1 WED door de OvJ als voorlopige maatregel gegeven bevel. Zo’n bevel is ex art. 31 WED dadelijk uitvoerbaar en verliest zijn rechtskracht slechts ex art. 28.3 WED door intrekking door de OvJ of – al dan niet op verzoek van de verdachte – door opheffing door het daartoe bevoegde gerecht. Nu niet is aangevoerd dat het bevel i.c. op het bewezenverklaarde tijdstip zijn rechtskracht had verloren op een van voormelde wijzen, faalt de klacht dat het hof niet heeft gerespondeerd op het verweer inzake de geldigheid van de maatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl