HR 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3202
1. Toevoeging van stukken aan dossier door OM in appèl. De A-G en de verdachte zijn ex art. 414.1 Sv bevoegd in appèl nieuwe stukken over te leggen. Uitoefening van die bevoegdheid is onderworpen aan beginselen van een behoorlijke procesorde. Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of daaraan is voldaan, waarbij mede betekenis toekomt aan de (belastende of ontlastende) aard van de betreffende stukken en, indien het om belastende stukken gaat, aan de (al dan niet complexe) aard van de te berechten zaak en het stadium waarin de procedure zich bevindt (HR NJ 2000, 214). 2. Voor de beoordeling van de vraag in welke mate de redelijke termijn is overschreden, is mede van belang de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten – dus niet alleen door het OM – is behandeld (HR NJ 2000, 721). 3. Hof heeft terecht niet de teruggave gelast van inbeslaggenomen geld, nu de zittingsrechter ex art. 353.1 Sv slechts verplicht is te beslissen over ex art. 94 Sv inbeslaggenomen voorwerpen, terwijl het beslag i.c. is gebaseerd op art. 94a Sv.
De uitspraak op rechtspraak.nl