HR 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR2067
Van psychische overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kan en ook ook niet behoeft te bieden. Onder omstandigheden kan het feit dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoefend in de weg staan aan een succesvol beroep op psychische overmacht. I.c. is het beroep op psychische overmacht door het hof op ontoereikende gronden verworpen.