HR 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1993
Doorzoekingsbevoegdheid ex art. 49 WWM. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat, hoewel art. 8.2 EVRM voor een doorzoeking niet steeds een rechterlijke machtiging vereist (NJ 2002, 97), de uitoefening van deze bevoegdheid de proportionaliteitstoets ex art. 8 EVRM niet kan doorstaan. De enkele omstandigheid dat i.c. 13 dagen na het verkrijgen van de informatie die tot de doorzoeking heeft geleid, daartoe zonder rechterlijke machtiging is overgegaan, kan niet tot het oordeel leiden dat de doorzoeking niet in redelijke verhouding stond tot het daarmee beoogde doel.
De uitspraak op rechtspraak.nl