HR 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4455
Ontoereikend bewijs (voorwaardelijk) opzet. Het verweer dienaangaande is niet weerlegd in de motivering van de bewezenverklaring. ’s Hofs vaststelling dat verdachte op de grond in de richting van het wegrennende slachtoffer heeft geschoten (wiens onderbeen is geraakt) kan zonder nadere vaststellingen omtrent de precieze toedracht niet het oordeel dragen dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen. De door het hof in aanmerking genomen omstandigheid dat verdachte een ongeoefend schutter is, maakt dat niet anders, nog daargelaten dat die omstandigheid geen steun vindt in de gebruikte bewijsmiddelen, terwijl het hof evenmin heeft aangegeven aan welk wettig bewijsmiddel het die omstandigheid heeft ontleend.
De uitspraak op rechtspraak.nl