HR 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9792

1. Uit bewezenverklaring volgt niet in hoeverre verdachte "tezamen en in vereniging met een ander" dan wel "alleen" heeft gehandeld, terwijl dat i.c. voor de strafrechtelijke betekenis van het bewezenverklaarde van belang is. 2. Het hof heeft de woorden "als Nederlander" in de tenlastelegging niet onbegrijpelijk opgevat als opgave welke ex art. 5.1 Sr van belang is voor de vervolgbaarheid (HR NJ 1996, 716). 3. Het hof heeft niet onbegrijpelijk verdachtes mondelinge verklaring ter terechtzitting niet opgevat als een beroep op overmacht. Op het door verdachte op schrift aan het hof overgelegde relaas, dat zich niet bij de stukken bevindt, wordt in het middel geen beroep gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen