HR 22 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO8320

1. Motivering voorwaardelijk opzet op doodslag; bewijsoverweging ontbreekt. 2. Verweer rechtmatigheid voorlopige hechtenis; gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Ad 1. Het verweer is gevoerd dat het opzet van verdachte niet op de dood van het slachtoffer gericht was en dat het wapen per ongeluk in een worsteling is afgegaan. Het hof heeft geen overweging gewijd aan het (voorwaardelijk) opzet. De bewijsmiddelen houden in dat verdachte en zijn mededader het op een ander dan het slachtoffer hadden gemunt. Nu uit de gebezigde bewijsmiddelen wel volgt dat verdachte een doorgeladen vuurwapen in zijn hand had toen het slachtoffer werd vastgepakt, doch niet dat de verdachte bewust de fatale kogel heeft afgevuurd noch op welke wijze en onder welke omstandigheden het wapen is afgegaan, vindt het gevoerde bewijsverweer niet zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen. Ad 2. Het hof heeft het verweer m.b.t. de rechtmatigheid van de voorlopige hechtenis terecht verworpen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken zou op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien bij de behandeling ter terechtzitting opnieuw of alsnog een verweer als het onderhavige gevoerd zou kunnen worden (HR LJN AM2533).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen