CRvB 12 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3062

Intrekking en terugvordering Wajong-uitkering. Voorlopige hechtenis. In het geval van appellante heeft de strafrechter zich weliswaar over de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming uitgelaten, maar dat is geschied in het kader van de vraag of het bewijs rechtmatig is verkregen en als bewijs kan worden toegelaten en - mede gelet op het in het strafrecht geldende gesloten stelsel van rechtsmiddelen (ECLI:NL:HR:2004:AO8320) - niet in het kader van de rechtmatigheid van de voorlopige hechtenis. Voor de vrijheidsontneming van appellante bestond dus een rechtsgeldige titel, die met het arrest van het gerechtshof niet is vernietigd. Er is voldaan aan de voorwaarden voor het beëindigen van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 3:19, vijfde lid, van de Wajong. Geen dringende reden om van terugvordering af te zien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken