HR 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7095

Het Hof heeft vooropgesteld dat partijen het erover eens zijn dat de goederen in Nederland zijn onttrokken aan een douaneregeling en dat zich daarmee een belastbaar feit heeft voorgedaan in de zin van artikel 18, lid 1, letter b (kennelijk wordt bedoeld: letter c) van de Wet. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat, nu de goederen door de opdrachtgever van belanghebbende waren verkocht en aan een vervoerder ter beschikking waren gesteld voor verzending naar de afnemer in het buitenland, niet gezegd kan worden dat de goederen ten tijde van de onttrekking aan de douaneregeling bestemd waren voor die opdrachtgever, en dat daarom heffing van omzetbelasting bij laatstgenoemde niet aan de orde kan zijn. Hieraan doet naar 's Hofs oordeel niet af dat de eigendom van de goederen nog niet was overgegaan op de afnemer van de goederen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen