HR 5 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0123

Medeplegen mishandeling (art. 300.1 Sr) en medeplegen diefstal, meermalen gepleegd (art. 311.1.4 Sr). Vordering tul. 1. Niet-naleving algemene of bijzondere voorwaarde? 2. Toewijzing vordering tul in h.b., terwijl niet blijkt dat veroordeelde in e.a. is opgeroepen onder betekening van vordering tul ex art. 14h.3 Sr. 3. Verzuim aftrek inverzekeringstelling, art. 27.1 Sr. Ad 1. Beslissing tul is, v.zv. zij geen deel uitmaakt van uitspraak t.z.v. andere strafbare feiten, ex art. 14j.1 Sr niet aan enig rechtsmiddel is onderworpen, terwijl alleen beslissing m.b.t. gegrondheid van vordering tul wegens niet-naleving van algemene voorwaarde deel kan uitmaken van uitspraak t.z.v. andere strafbare feiten (vgl. HR DD 1996.079), zodat een in geval van niet-naleving van bijzondere voorwaarde gegeven beslissing op vordering tul ex in art. 14j Sr vooropgestelde hoofdregel niet aan enig rechtsmiddel is onderworpen. Pr heeft in het midden gelaten of door OvJ tul is gevorderd o.g.v. niet-naleving van algemene dan wel van bijzondere voorwaarde, zodat in cassatie van beide mogelijkheden moet worden uitgegaan. Dit brengt mee dat tegen uitspraak Pr in haar geheel h.b. openstond, nu beslissing tul deel uitmaakt van vonnis dat tevens veroordeling inhoudt t.z.v. andere strafbare feiten, v.zv. uitgangspunt moet zijn dat het gaat om beslissing tul wegens niet-naleving van algemene voorwaarde. Ad 2. Ex art. 14h.3 Sr behoort OM veroordeelde tot bijwoning van onderzoek op te roepen, onder betekening van vordering tul of van conclusie aan veroordeelde. Die betekening moet geschieden met inachtneming van art. 586 e.v. Sv. Niet-nakoming van die bepalingen leidt ex art. 590 Sv tot nietigheid van betekening van vordering, behoudens art. 590.2 Sv. Stukken van het geding houden niets in waaruit kan blijken dat veroordeelde is opgeroepen tot bijwoning van onderzoek ttz. onder betekening van vordering tul. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat veroordeelde niet op tz. is verschenen en Hof niets heeft vastgesteld omtrent aanwezigheid van omstandigheid a.b.i. art. 590.2 Sv, is in bestreden uitspraak besloten liggend oordeel dat oproeping van veroordeelde t.z.v. behandeling van vordering tul geldig is, ontoereikend gemotiveerd. Dat brengt mee dat bestreden uitspraak voor wat betreft beslissing op vordering tul niet in stand kan blijven. HR verklaart betekening van oproeping en vordering tul nietig. Ad 3. Verdachte heeft 1 dag in verzekering doorgebracht. Hof heeft nagelaten art. 27.1 Sr in acht te nemen. HR beveelt dat op opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht tijd die veroordeelde in verzekering heeft doorgebracht. CAG: anders t.a.v. vordering tul.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen