HR 21 oktober 1986, ECLI:NL:HR:1986:AD7441
1. Executieuitlevering naar Engeland ter zake van het teweegbrengen van een ontploffing is — gelet op de geschiedenis van het Nederlands-Brits Uitleveringsverdrag — niet op grond van artikel 2 laatste lid van dat Verdrag toelaatbaar. 2. Executieuitlevering naar Engeland ter zake van samenzweren is niet toelaatbaar ingevolge artikel 2 laatste lid Nederlands-Brits Uitleveringsverdrag juncto artikel 5 lid 1 en 2 Uitleveringswet. 3. Vervolgingsuitlevering naar Engeland ter zake van ‘assault and unlawfully and injuriously imprisonment’ toelaatbaar, behoudens voor wat betreft het onderdeel ‘assault’ omdat ‘occasioning actual bodily harm’ conform artikel 2 lid 1 onder 3e Nederlands-Brits Uitleveringsverdrag ontbreekt en artikel 2 laatste lid van dit Verdrag evenmin toepassing kan vinden nu omtrent ‘assault’ in de overgelegde rechtsvoorschriften niets is vermeld. 4. Vervolgingsuitlevering naar Engeland ter zake van vuurwapenbezit ontoelaatbaar nu dit niet vermeld is in artikel 2 lid 1 Nederlands-Brits Uitleveringsverdrag, terwijl ter zake hiervan naar Nederlands recht geen vrijheidsstraf van 1 jaar of meer kan worden opgelegd. 5. Toereikend bewijs conform artikel 13 Nederlands-Brits Uitleveringsverdrag van 1. zware mishandeling en 2. wederrechtelijke vrijheidsberoving, mede gelet op de ter zitting van de rechtbank afgelegde deskundigenverklaring, omtrent deelneming naar Engels recht; ontoereikend bewijs van de overige delicten ondanks de voormelde deskundigenverklaring. 6. Zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving zijn geen misdrijven die een staatkundig karakter dragen conform artikel 6 Nederlands-Brits Uitleveringsverdrag. 7. Het staat de uitleveringsrechter niet vrij op klachten over onmenselijke en vernederende behandeling conform artikel 3 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) of fair hearing conform artikel 6 lid 1 EVRM te beslissen nu Engeland is toegetreden tot voormeld verdrag en het individuele klachtrecht cornform artikel 25 EVRM heeft erkend. 8. Voor zover niet aannemelijk is geworden dat de inbeslaggenomen voorwerpen door misdrijf zijn verkregen of tot bewijs van de misdrijven waarvoor de uitlevering is gevraagd kunnen dienen, is de afgifte ontoelaatbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl