HR 26 april 1985, ECLI:NL:HR:1985:AG5009
Huurrecht woonruimte. Opzegging wegens dringend nodig hebben voor eigen gebruik. Na afloop van de ‘wachttijd’ uit art. 7A:1623e (thans 7:274 lid 5 onder b), speelt het feit dat de verhuurder bij aankoop van de verhuurde woning wist dat de huurder haar niet zou willen verlaten niet ook nog ten nadele van de verhuurder mee in het kader van de door art.7A:1623e lid 1 onder 3o (thans 7:274 lid 1 onder c) voorgeschreven belangenafweging. “Passende woonruimte” uit art. 7A:1623 e lid 1 aanhef en onder 3 o BW (thans art. 7:274 lid 1 onder c BW). Bij de vraag welke woonruimte passend is, moet worden uitgegaan van het huurbedrag dat huurder ten tijde van de beschikking redelijkerwijze zal kunnen betalen. Geen rekening hoeft daarbij te worden gehouden met de toekomstige invloed op dat bedrag van een daling in het inkomen van de huurder. Rechter kan in het kader van de vraag of huurder andere passende woonruimte kan verkrijgen, mede gewicht toekennen aan het door huurder ter zake onvoldoende ontplooien van eigen activiteit.