HR 17 november 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7387
‘Medeplegen’ verstaan als ‘tezamen en in vereniging;’ toereikend bewijs: lijfelijke aanwezigheid is niet vereist. De verklaring dat de goederen in eigendom toebehoorden aan verdachte is redengevend voor de bewezenverklaring dat zij toebehoorden aan een ander. De weergave in de uitspraak van een verklaring tegenover de politie moet in cassatie worden geëerbiedigd indien die weergave niet onverenigbaar is met de bewoordingen van het ambtsedig p.-v. Art. 311 lid 1 onder 4° Sr bevat een afzonderlijke regeling voor het medeplegen van diefstal: art. 47 Sr behoefde niet te worden aangehaald. Voldoende strafmotivering ook al sprak het Hof vrij van een der feiten.
De uitspraak op rechtspraak.nl