HR 17 juli 1931, ECLI:NL:HR:1931:62

Poging tot afdreiging door te dreigen aan vrouw en familie van aangever mede te delen dat aangever seksuele handelingen zou hebben verricht met andere vrouw, art. 318.1 Sr. 1. Ontbrekende pleegplaats in bewezenverklaring. 2. Bewijsklacht poging. 3. Is sprake van openbaarmaking van geheim? 4. Kon verklaring getuige voor bewijs worden gebruikt, nu hof had afgezien van horen van die getuige? Ad 1. Gegronde klacht die niet tot cassatie behoeft te leiden, omdat het ontbreken van de pleegplaats in de bewezenverklaring kennelijk een vergissing is, nu uit b.m. duidelijk volgt waar bewezenverklaard feit is gepleegd. Ad 2. Uit de voor het bewijs gebruikte verklaring van getuige A kon worden afgeleid dat verdachte heeft willen dwingen tot afgifte van een geldbedrag en dat hij in dat doel niet is geslaagd, zodat slechts poging tot afdreiging bewezen werd verklaard. Ad 3. Onder “geheim” moet worden verstaan, dat wat slechts aan enkelen bekend is en dat de bedreigde verborgen wil houden, en onder “openbaring” daarvan, niet alleen het ter algemene kennis brengen, maar ook het bekendmaken met de strekking, dat het geheim bij de persoon of de personen, voor wie de bedreigde dat verborgen wil houden, bekend wordt. Ad 4. Het gebruik voor het bewijs van een niet verschenen getuige is o.g.v. art. 295 Sv toegestaan. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen