Hof 's-Hertogenbosch 22 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1082
Belanghebbende is een unit-linked verzekeraar, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Haar cliënten zijn institutionele pensioenverzekeraars en werkgevers waarmee unit-linked polissen worden afgesloten. De van cliënten ontvangen premies worden toegewezen aan (unit-linked) effectenmandjes. Deze effectenmandjes worden uitsluitend boekhoudkundig binnen het vermogen van belanghebbende afzonderlijk geadministreerd. Tot de effectenmandjes behoren aandelen in in Nederland gevestigde vennootschappen. Op deze aandelen zijn dividenden uitgekeerd. Belanghebbende heeft verzocht om teruggaaf van deze dividendbelasting. Het hof heeft op 14 december 2022 prejudiciële vragen aan het HvJ EU gesteld. Deze vragen zijn beantwoord op 7 november 2024 (ECLI:EU:C:2024:932). Het hof oordeelt dat belanghebbende opbrengstgerechtigd is tot de dividenden en ook uiteindelijk gerechtigde is tot de dividenden. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat belanghebbende geen vrije, eigen beschikkingsmacht heeft over de opbrengst van de aandelen. Het hof is vervolgens van oordeel dat belanghebbende niet vergelijkbaar is met een in Nederland vrijgesteld pensioenfonds en een recht op een teruggaaf van dividendbelasting om die reden niet kan plaatsvinden. Het hof is wel van oordeel dat belanghebbende op grond van het Unierecht recht op teruggaaf van dividendbelasting heeft, omdat zij niet zwaarder mag worden belast dan een met haar vergelijkbare binnenlands belastingplichtige die is onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting (drukvergelijking). Een in Nederland gevestigde vennootschap zou geen vennootschapsbelasting zijn verschuldigd gelet op het rechtstreekse verband tussen het rendement op de beleggingen en de toename van de verplichtingen jegens de cliënten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:49
- Hof 's-Hertogenbosch 14 december 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4471
- HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:518
- HR 18 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1610
- HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1128
- HR 27 augustus 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3325
- BFH, ECLI:DE:BFH:2022:B.301122.IB4.22.0
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2012:688
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:608
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:960
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2020:51
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2022:276
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:932