Hof 's-Hertogenbosch 10 juli 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2231

De rechtbank heeft het beroep om inhoudelijke redenen gegrond verklaard, maar heeft daarbij geen aparte (proces)kostenvergoeding voor het verzoek om vergoeding van immateriële schade toegekend. Belanghebbende betoogt in hoger beroep dat zij recht heeft op een aparte vergoeding voor dat verzoek. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank terecht geen aparte vergoeding toegekend, omdat het verzoek om immateriële schade in een dergelijk geval opgaat in de proceshandeling ‘beroep/verweerschrift’. Het hof ziet om een gelijke reden evenmin aanleiding om een punt toe te kennen voor de inhoudelijke behandeling van dat verzoek ter zitting bij de rechtbank. Het onderzoek ter zitting bij de rechtbank betrof het beroep dat was aangetekend tegen een WOZ-beschikking, waarbij het verzoek om vergoeding van immateriële schade slechts een nevenvordering is geweest.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken