Hof 's-Hertogenbosch 29 november 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4000

Het hof veroordeelt de verdachte wegens overtreding van art 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood. Op 30 maart 2022 omstreeks 18:48 uur heeft er in Best een ongeval plaatsgevonden. De verdachte reed met zijn tractor, met aan de achterzijde een ploeg en aan de voorzijde een vorenpakker, en zag een groep wielrenners aankomen. De verdachte heeft vaart geminderd en is naar rechts gestuurd om de wielrenners meer ruimte te geven. Bij het naar rechts sturen is de verdachte over het beschadigde bermbeton gereden, waardoor de vorenpakker is losgekomen van de haak van het frontgewicht van de tractor. De vorenpakker is vervolgens de weg over gerold. Een aantal van de wielrenners heeft deze wegende vorenpakker kunnen ontwijken, maar slachtoffer lukte dit niet waardoor de vorenpakker in botsing is gekomen met slachtoffer . Als gevolg van deze botsing heeft slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen waarna hij in het ziekenhuis op is komen te overlijden. Het hof is van oordeel dat de verdachte als bestuurder van een zwaar landbouwvoertuig, te weten een tractor met daaraan bevestigd aan de achterzijde een ploeg en aan de voorzijde een vorenpakker, een combinatie met de lengte en breedte zoals boven beschreven, zich ervan had moeten vergewissen wat de juiste bevestigingswijze was van onderdelen daarvan zoals de vorenpakker. Door het niet in acht nemen van de door de wet en de gebruikershandleiding voorgeschreven veiligheidsnormen bij het bevestigen van een 1.327 kilo wegende vorenpakker heeft de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld. Daaraan doet niet af dat de verdachte deze werkwijze, zoals hij zelf heeft verklaard, heeft gezien bij collega’s alsmede dat hij, naar zijn zeggen, al jarenlang probleemloos met de door hem gehanteerde bevestigingswijze met de vorenpakker reed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen