Hof 's-Hertogenbosch 20 september 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3019

Artikel 9.6 Wet IB 2001 en artikel 45aa Uitvoeringsregeling IB 2001. Het hof volgt het oordeel van de rechtbank dat het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV voor het jaar 2015 terecht is afgewezen. De onjuistheid van de belastingaanslag vloeit voort uit de uitspraak van het HvJ op 8 mei 2019 in de zaak C-631/17. Aangezien de uitspraak van het HvJ is gedaan nadat de belastingaanslag onherroepelijk vaststond, is de uitzondering van artikel 45aa, aanhef en onder b, Uitvoeringsregeling van toepassing op belanghebbende. Het hof oordeelt dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden, omdat de bezwaartermijn van zes weken een redelijke termijn is. Dat belanghebbende ervoor heeft gekozen om binnen deze bezwaartermijn geen bezwaar te maken tegen de aanslag komt voor zijn rekening en risico. Het hof acht zich niet bevoegd te oordelen over de vraag of er sprake is van een onverschuldigde betaling van premies.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken