Hof 's-Hertogenbosch 24 mei 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1699
Dividendbelasting. Belanghebbende heeft geen dividendnota’s overgelegd. Hoewel belanghebbende diverse malen gewezen is op het ontbreken van de dividendnota’s en de eventuele gevolgen die daaraan verbonden zijn, heeft zij geen van die momenten aangegrepen om de dividendnota’s te overleggen of anderszins inhoudelijk in te gaan op het standpunt van de inspecteur, terwijl niet gesteld en aannemelijk gemaakt is dat op grond van artikel 9, lid 3, Wet DB de uitreiking van die dividendnota’s achterwege is gebleven. Alleen al om die reden is het hof van oordeel dat de verzochte teruggaaf er op afstuit dat belanghebbende, tegenover de betwisting door de inspecteur, niet aannemelijk heeft gemaakt dat en zo ja hoeveel Nederlandse dividendbelasting is ingehouden in de betrokken jaren. Het teruggaafverzoek is terecht afgewezen en het hof komt niet meer toe aan de vraag of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een fbi. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl