Hof 's-Hertogenbosch 12 april 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1211
WOZ. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog zijn. De rechtbank heeft de forfaitaire proceskostenvergoeding te laag vastgesteld, omdat het hoge tarief geldt. De vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in beroep is ook te laag vastgesteld. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat compromisbesprekingen in dit geval geen bijzonder omstandigheid vormen. Het hof stelt de vergoeding voor de hoger beroepsprocedure zelf vast op een bedrag van in totaal € 150. Naar het oordeel van het hof is namelijk sprake van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 2, lid 3, Bpb die aanleiding geven tot een lagere vergoeding. Indien met die bijzondere omstandigheden geen rekening wordt gehouden en vast zou worden gehouden aan het puntensysteem zoals opgenomen in het Bpb, leidt dit namelijk zonder twijfel tot een vergoeding die de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreft. Het hof wijkt daarom af van het puntensysteem.
De uitspraak op rechtspraak.nl