Hof 's-Hertogenbosch 19 oktober 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4036
Artikel 3.126, lid 1, letter a, ten 2o, Wet IB 2001. Artikel 16, lid 1, AWR. De Inspecteur beschikt over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Overdracht van maatschapsaandeel aan ander dan de verzekeraar van de lijfrente blijkt niet uit de aangifte. Weigering aftrek lijfrentepremies terecht, omdat niet aannemelijk is dat de lijfrenten zijn bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming of een gedeelte van een onderneming aan het lichaam waaraan de premies voor de lijfrenten zijn verschuldigd. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Vordering op koper van maatschapsaandeel kan niet worden afgewaardeerd in verband met latere schikking, omdat deze vordering tot het privé-vermogen moet worden gerekend. Latere schikking niet een omstandigheid die licht werpt op de waarde van de vordering ten tijde van de verkoop.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:379
- Hof Arnhem-Leeuwarden 12 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:10906
- HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184
- HR 15 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5614
- HR 28 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU0908
- HR 2 april 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6956
- HR 1 juli 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9803