Hof 's-Hertogenbosch 12 januari 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:40
Art. 5:43 Awb. Art. 6 EVRM. Art. 50 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Art. 4:89 Awb. Art. 7:15 Awb. Art. 67c AWR. Betaling omzetbelasting onder verkeerd betalingskenmerk. Belanghebbende geeft de verschuldigde omzetbelasting over het tijdvak oktober aan en zij betaalt de aangegeven omzetbelasting tijdig, maar zij betaalt het aangegeven bedrag onder een (verkeerd) betalingskenmerk van het tijdvak november. Er volgt een naheffingsaanslag van het over het tijdvak oktober aangegeven bedrag. Tegelijkertijd wordt een verzuimboete (art. 67c AWR) opgelegd. Belanghebbende maakt bezwaar en overlegt het bewijs van de tijdige betaling van de aangegeven omzetbelasting. De naheffingsaanslag en de verzuimboete worden vernietigd onder de opmerking dat er een tweede boete kan volgen als blijkt dat belanghebbende te laat heeft betaald. Dan volgt er een geschrift met het opschrift ‘naheffingsaanslag’, waarbij echter geen omzetbelasting wordt nageheven. Tegelijkertijd wordt een verzuimboete wegens te late betaling (art. 67c AWR) opgelegd. Belanghebbende maakt bezwaar tegen de tweede boete, zij beroept zich op het ne nis in idem-beginsel en zij verzoekt om vergoeding van de kosten van bezwaar. De inspecteur vernietigt de tweede boete omdat tijdig is betaald, maar hij wijst het verzoek om vergoeding van de kosten van bezwaar af. Het opleggen van de tweede boete is verwijtbaar onrechtmatig en daarom heeft belanghebbende recht op vergoeding van de kosten van bezwaar: - Niet betalen en niet tijdig betalen zijn hetzelfde beboetbare feit. Door het opleggen van de tweede boete is het ne bis in idem-beginsel geschonden. - In de geautomatiseerde systemen van de Belastingdienst wordt bij de interne overboeking van een betaling onder een verkeerd betalingskenmerk de datum van interne overboeking aangemerkt als datum van voldoening (betaling). Dat is in strijd met de wet. - Op het moment van het opleggen van de tweede boete had de Belastingdienst al in de interne gegevenssystemen gezien dat tijdig was betaald. Het opleggen van de tweede boete is dermate onzorgvuldig dat dit onrechtmatig is. Belanghebbende heeft recht op vergoeding van de werkelijke kosten van bezwaar en de werkelijke proceskosten in beroep en hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2358
- HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3226
- Hof 's-Hertogenbosch 9 juni 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2588
- HR 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2078
- HR 19 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0531
- Hof 's-Hertogenbosch 9 december 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BV3466
- HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7526
- HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2975
- HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102
- HR 13 augustus 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN3847
- HR 13 augustus 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN3849
- HR 18 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM7705
- CRvB 28 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM3590
- HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8875
- HR 22 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0087
- EHRM 10 februari 2009, ECLI:CE:ECHR:2009:0210JUD001493903
- HR 21 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA9380
- HR 13 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2802
- Hof 's-Gravenhage 19 juli 2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3099
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:197