Hof 's-Gravenhage 19 juli 2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3099
Proceskosten in bezwaar. Het staat een belastingplichtige, ongeacht zijn fiscale en juridische kennis, volkomen vrij om voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een aanslag (of een voor bezwaar vatbare beschikking) gebruik te maken van de diensten van een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De vraag of belanghebbende het bezwaarschrift zelf had kunnen opstellen, vergt een op het subject toegesneden beoordeling waarvoor in het kader van de toewijzing van een op forfaitaire grondslag te bepalen proceskostenvergoeding geen plaats is. Die vraag mist derhalve relevantie. Het belastingbedrag dat in geschil is, zegt op zichzelf onvoldoende om te oordelen dat het gewicht van de zaak lichter is dan gemiddeld. Nu de Inspecteur verder geen andere feiten en omstandigheden heeft genoemd die zodanig oordeel kunnen schragen, gaat het Hof uit van een gemiddeld gewicht van de zaak.
De uitspraak op rechtspraak.nl